Categoriearchief: Uncategorized

“Nooit meer voor iedereen”: Waarom Albanese en Erakat een eredoctoraat verdienen

Op 2 april verlenen drie Vlaamse universiteiten een eredoctoraat aan Francesca Albanese. Op dezelfde dag ontvangt ook Palestijnse hoogleraar Noura Erakat een eredoctoraat van UAntwerpen. “Albanese en Erekat verdienen de steun van iedereen, ook Joodse gemeenschappen”, pleiten Itamar Shachar en Sarah Katz-Lavigne van Een Andere Joodse Stem.

In haar rol als VN-speciaal rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden is Francesca Albanese een leidende stem die Israël confronteert met haar genocidale acties in Gaza. Drie Vlaamse universiteiten – de Universiteit Antwerpen, de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Gent – verlenen haar op 2 april een eredoctoraat. Zij voegt zich hiermee bij andere experts in internationaal recht, zoals de Palestijnse hoogleraar Noura Erakat, die op dezelfde dag een eredoctoraat ontvangt van de Universiteit Antwerpen.

Half grappend berichten we elkaar bij Een Andere Joodse Stem dat we voorbereid moesten zijn op een tegenverklaring wanneer zionistische organisaties Albanese, Erakat, de universiteiten, of allemaal, schaamteloos zouden beschuldigen van antisemitisme. Minder dan tien uur later publiceerde het Forum der Joodse Organisaties (FJO) een reactie die deze vrees bevestigde. 

Zij vinden dat uitspraken van Albanese “antisemitisch onder de IHRA-definitie” zijn. De IHRA-definitie wordt al lang door Een Andere Joodse Stem en andere Joodse organisaties bekritiseerd, omdat de definitie antisemitisme ten onrechte vermengt met legitieme kritiek op de staat Israël en haar Zionistische ideologie.

Hobbes of Lemkin?

Historisch gezien behoorden Joodse intellectuelen en juristen tot degenen die bijdroegen aan de ontwikkeling van het internationaal recht en internationale instituties. Voorbeelden hiervan zijn Raphael Lemkin, een Pools-Joodse advocaat die vooral bekend is door het bedenken van de term “genocide” en het ijveren voor de totstandkoming van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide. 

Gebaseerd op hun ervaringen tijdens de Holocaust, hebben Joodse overlevenden zoals Lemkin – vergezeld door bondgenoten over de hele wereld – gezocht naar manieren om de les te implementeren dat “nooit meer” ook echt “nooit meer voor iedereen” betekent.

Niet alle Joden – of hun medestanders – zijn het eens met deze boodschap. Zoals Peter Beinhart dit jaar in zijn lezing in Brussel opmerkte, dragen sommigen de Hobbesiaanse les van de Holocaust met zich mee: dat de wereld een wrede plek is en dat wie wil overleven aan de top moet staan – anders ben je een makkelijke prooi voor anderen. 

De creatie van een zionistische staat in Palestina lag in lijn met dit perspectief: de kolonisatie van een land en de gedwongen verdrijving van de bevolking werden gerechtvaardigd om de Joodse veiligheid na de Holocaust te waarborgen. 

Experten internationaal recht zoals Albanese en Erakat stellen dat de acties van Israël in Gaza een genocide vormen

Dit proces van vestigingskolonialisme bereikte een van zijn brute dieptepunten met de Israëlische campagne van bombardementen, ontheemding, uithongering en etnische zuivering in Gaza en in toenemende mate op de Westelijke Jordaanoever. Volgens het Internationaal Gerechtshof (ICJ) komt dit neer op een plausibele genocide. Experten internationaal recht zoals Albanese en Erakat, samen met genocideonderzoekers en Israëlische mensenrechtenorganisaties hebben verklaard dat de acties van Israël een genocide vormen.

Het internationaal humanitair recht, opgebouwd sinds de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en latere verdragen, heeft als doel menselijke wreedheid door wie dan ook te beperken. Sommige van deze juridische teksten en instituties hadden wortels in de koloniale geschiedenis. Desondanks wisten verschillende gedekoloniseerde staten het internationale recht effectief in te zetten om zichzelf te beschermen tegen neokoloniale inmenging.

Het internationaal recht botweg negeren

De huidige Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran toont pijnlijk aan dat het internationaal recht vaak verdraaid of simpelweg genegeerd wordt door machtige staten en hun bondgenoten.

Historisch gezien probeerden de Verenigde Staten zichzelf te positioneren als de bewaker van de naoorlogse internationale orde, ondanks het feit dat zij deze volledig ondermijnden door hun directe en indirecte aanvallen op staten – van Latijns-Amerika tot het Midden-Oosten – die hun imperialistische projecten probeerden te bestrijden. 

Tot voor kort leek het erop dat de VS er de voorkeur aan gaven deze orde – of tenminste de schijn ervan – te handhaven in plaats van er volledig afstand van te doen. Maar nu zit in het Witte Huis iemand die stelt: “Ik heb geen internationaal recht nodig“, bijgestaan door een hoofd van het Pentagon dat het internationaal recht botweg negeert.

Gaza toont zich daarom opnieuw als laboratorium

Een duidelijke aanwijzing voor de voortdurende pogingen om internationale instituten in het voordeel van enkelen te hervormen, was de aanstelling van de ironisch genoemde ‘Raad voor de Vrede’ (Board of Peace) om de Gazastrook te controleren.

Voor een permanent lidmaatschap is 1 miljard dollar nodig, wat onbereikbaar blijft voor de staten of bevolkingsgroepen die de Raad zogenaamd wil dienen. De huidige Amerikaans-Israëlische aanval op Iran, vergezeld door een Israëlische invasie naar Libanon, toont niet alleen een volledige minachting voor alle internationale instituten, procedures en wetgeving: er zijn ook groeiende tekenen dat Israël probeert zijn ‘Gaza-doctrine’ uit te breiden naar andere regio’s

Gaza toont zich daarom opnieuw als laboratorium, dit keer niet alleen voor de wapenindustrie, maar voor pogingen om de internationale orde te hervormen. Regeringen in Europa en het Midden-Oosten die Israël niet hebben gestopt bij zijn meedogenloze criminele aanval op Gaza, bevinden zich nu aan de ontvangende kant van een regionale oorlog die gemakkelijk kan overslaan naar Europa.

“Nooit meer voor iedereen”

Figuren als Albanese en Erekat zetten zich onvermoeibaar in voor het internationaal recht door aandacht te vragen voor het Palestijnse lijden en de medeplichtigheid van westerse regeringen aan de genocide van Israël in Gaza. 

Meerdere Joodse organisaties hebben zich uitgesproken voor Albanese en geprotesteerd tegen de beschuldigingen van antisemitisme die tegen haar worden gericht. Zij merkten cruciaal op dat “de onjuiste verwarring van de staat Israël met het Joodse volk de Joden juist blootstelt en in gevaar brengt.” 

Albanese en Erakat staan symbool voor het waarborgen van het internationaal recht ten tijde van wrede, criminele oorlogen

In 2025 ontving Noura Erakat de Amnesty International Leerstoel van de Universiteit Gent, als erkenning voor “haar niet aflatende streven naar rechtvaardigheid en haar aanzienlijke bijdragen aan de mensenrechten en het internationaal recht.” Nu ontvangt ze daarnaast dus nog een eredoctoraat van de UAntwerpen. 

Albanese en Erakat zijn principiële stemmen voor het behoud van de menselijke waardigheid in Gaza en belichamen daarmee werkelijk het principe van “nooit meer voor iedereen”. Zij staan symbool voor het waarborgen van het internationaal recht, wat de mensheid het meest nodig heeft in deze tijden van wrede, criminele oorlogen. 

Deze oorlogen leiden niet alleen tot onvoorstelbaar menselijk leed, maar ook tot de totale ineenstorting van elke mogelijkheid om een vreedzame internationale orde te handhaven. Daarom verdienen Albanese en Erakat niet alleen een eredoctoraat, maar ook de geïnformeerde en actieve steun van allen – ook binnen de Joodse gemeenschappen wereldwijd. Mensenrechten en rechtvaardigheid gelden voor iedereen, niet enkel voor een steeds beperktere groep.

Itamar Shachar is professor sociologie aan de Universiteit Hasselt. Sarah Katz-Lavigne is lid van het onderzoeksgroep Recht en Ontwikkeling aan de Universiteit Antwerpen. Zij zijn allebei leden van Een Andere Joodse Stem.

In De Wereld Morgen, 1 April 2026.

In memoriam: JAN BERNHEIM

Zaterdag 3 januari namen we in de Cierk aan de Oosteroever van Oostende, nabij de iconische vuurtoren ‘Lange Nelle’, afscheid van Jan Bernheim. Te midden de vissershaven waren we daar zeker met 300 personen uit binnen-en buitenland om een laatste groet te brengen. Ondanks de grote menigte verliet de samenkomst zoals Jan en zijn vrouw Saartje en de kinderen het hadden gewenst: sereen, familiaal en zeer warmhartig.

Jan L. Bernheim (Ukkel25 augustus 1941 – Oostende28 december 2025) was een Belgische arts, oncoloog, hoogleraar en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Gent, sinds 2006 emeritus. Hij was een voorvechter in België voor de erkenning van palliatieve zorg en voor de mogelijkheid om euthanasie te kunnen laten uitvoeren, nog lang vóór de inwerkingreding van de euthanasiewet. Op zijn doodvermelding, naast zijn academiche graden, staat er: “lid van Een Andere Joodse Stem”

Jan Bernheim ontwikkelde een indrukwekkende wetenschappelijke loopbaan en bleef ook heel zijn leven heel maatschappelijk geëngageerd. Maar hij was ook de liefdesvolle partner, vader en opa.

Zeker te vermelden, hij ontwikkelde Anamnestic Comparative Self Assessment, een methode voor meting van de kwaliteit van het leven die transcultureel geschikt is. Hij richtte de European Study Group for Quality of Life op, een wetenschappelijke vereniging in dit onderzoeksgebied. Aan het eind van de jaren 1970 stichtte hij de eerste eenheid voor Palliatieve Zorg op het Europese vasteland. Reeds in 1990 publiceerde hij over integrale palliatieve zorg, dit is het hele palet van zorg voor kwaliteit van het leven, met inbegrip, desgewenst, van euthanasie. Internationaal wordt hij beschouwd als de ontwerper van het Belgische model van integrale levenseindezorg. Hij was als senior onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB en Ugent. De laatste jaren van zijn leven werkte hij samen met de onderzoeksgroep Evolution, Cognition and Complexity van het Centrum Leo Apostel voor interdisciplinair onderzoek over geluk en vooruitgang.

Hij noemde zichzelf een beetje Joods, en sympathiseerde ondubbelzinnig met ‘Een andere Joodse Stem’. Hij spaarde zijn kritiek niet tegen de genocidale en imperialistische politiek van de huidige Israëlische regering. Hij verbleef in de zomer van 1961 in een Israëlische kibboets in de buurt van Gaza, en toen al merkte hij de ontmenselijking op, die het conflict in de regio vandaag zo kenmerkt, zoals hij ooit in een opiniestuk geschreven heb.

Nog de laatste maanden uitte hij in Oostende zijn solidariteit met het Palestijnse volk en nam hij deel aan de momenten van stille waken.

Familie en vrienden zullen Jan missen….Het was een Mens met hoofdletter.